De Ardennen zijn geen monolithisch blok. Elke deelstreek heeft een eigen karakter, een eigen ritme en een eigen soort wandelaar die er het meest thuis voelt. Hieronder de zeven meest onderscheidende gebieden, van oost naar west en van noord naar zuid.
Hoge Venen en de Hoëgne-vallei
De Hoge Venen zijn het meest open en weids deel van de Ardennen: een hoog plateau waar het veen meters dik is, de wind vrij spel heeft en de horizon ver weg ligt. Houten vlonderpaden houden je boven het natte veenmos. De baraque Michel is het traditionele rustpunt midden op het plateau. Aan de rand van de venen daalt de Hoëgne-vallei af naar het westen: een rivierwandeling langs rotsen, kleine watervallen en houten bruggetjes die wandelen langs het water op zijn mooist laat zien. De Hoëgne is de meest geliefde dagtocht in de provincie Luik en begint en eindigt in Jalhay of bij het parkeerterrein aan Roquez.
Ourthe-vallei rond La Roche-en-Ardenne en Durbuy
La Roche-en-Ardenne is hét wandelcentrum van de Belgische Ardennen. De Ourthe slingert hier in brede lussen door het dal, terwijl de hellingen steil omhoog lopen naar rotspunten met vergezichten over de dalbochten. Durbuy, iets verder stroomopwaarts, heeft dezelfde opbouw: smalle stegen, een rotsrug boven het stadje en bewegwijzerde dagrondjes die je in twee tot vier uur terug aan het terras brengen. Dit is het gebied waar de meeste dagwandelaars en weekendwandelaars van de Belgische Ardennen kennis mee maken.
Amblève en Warche: Coo, Stavelot en Malmedy
Ten noorden van de Hoge Venen dalen de Amblève en de Warche af door beboste klovenlandschappen. Bij Coo storten de watervallen naar beneden, de bekendste van de Belgische Ardennen. Stavelot en Malmedy zijn karaktervolle stadjes met een rijke abdijgeschiedenis. De wandelpaden hier lopen afwisselend door het bos, langs beken en over open hellingen, en zijn minder druk dan de populairdere plekken rond La Roche.
Semois rond Bouillon, Rochehaut en Botassart
De Semois is de meest schilderachtige rivier van de Belgische Ardennen. Bij Botassart omslingert de rivier een langwerpige heuvel zo volledig dat het lijkt of een eiland in het bos zweeft, een zicht dat op elke lijstje van mooiste Ardennen-punten staat. Rochehaut kijkt uit over een brede rivierbocht, Bouillon ligt weggedoken onder zijn burcht. De paden hier zijn avontuurlijker, de valleien dieper en de zon lager dan in het noorden.
Lesse en Viroin rond Dinant en Han-sur-Lesse
Het westelijke deel van de Belgische Ardennen is kalksteengebied. De riffen rijzen recht omhoog langs de Lesse en de Meuse. Han-sur-Lesse heeft de bekendste grotten van het land. Wandelpaden lopen langs en door kalksteinkliffen, met uitzichten die fundamenteel anders zijn dan de leisteenheuvels verder oosten. Minder drukte dan men verwacht, zeker buiten het zomerseizoen.
De Gaume: het meest zuidelijke en rustigste hoekje
De Gaume, het zuidelijkste puntje van de provincie Luxemburg, is een van de verborgen parels van de Belgische Ardennen. Het klimaat is er zonniger en zachter, het landschap opener, en de dorpjes zien er bijna Franse Bourgondisch uit. Wandelpaden langs de Viroin en door de heuvels van Florenville en Virton zijn nauwelijks druk. Wie iets anders zoekt dan de klassieke Ardennen-sfeer, vindt hier zijn hoekje.
Het Luxemburgse Oesling en het Mullerthal
Het Oesling, het Luxemburgse deel van het Ardennenplateau, bestaat uit leisteenruggen doorsneden door diepe riviervalleien. Kautenbach, Clervaux en Vianden zijn de mooiste dorpen. Het aangrenzende Mullerthal, ook wel Klein Zwitserland genoemd, verast met smalle rotsdoorgangen, mosgroene kloven en zandsteen die heel anders oogt dan de Belgische kant. Beide gebieden zijn uitstekend te bereiken met de trein en vormen het beginpunt van de meeste meerdaagse wandelroutes in de Ardennen die Bookatrekking aanbiedt.