De Eifel is geen aaneengesloten wandelgebied met één karakter, maar een reeks van uitgesproken deelgebieden die elk een andere sfeer ademen. Hieronder de vijf die je als wandelaar moet kennen.
Nationaal Park Eifel en de Rurstuwmeren
Het Nationaal Park Eifel in het noordwesten is het groenste en rustigste deel van de regio. Oerbeukenbo in de Wilder Kermeter, vlonderpaden door hoogveen, de indrukwekkende Rursee en het voormalige militaire complex Vogelsang vormen samen een wandelgebied van formaat. Het park heeft 240 kilometer aan gemarkeerde paden en geldt als een van de donkerste sterrenhemels van Duitsland. Voor een wandelroute in het Nationaal Park Eifel zijn de Wildnis-Trail en de Wilder-Kermeter-lus de meest gelopen opties. Geschikt voor wandelaars die rust, natuur en ecologische rijkdom zoeken zonder moeilijke technische passages.
De Vulkaaneifel: maren en kraters
De Vulkaaneifel in het hart van de regio is het meest spectaculaire en meest fotografeerde deel. Duizenden jaren geleden vulde vulkanische activiteit de Eifel met kraters die inmiddels diepblauwe meren zijn geworden: de zogenaamde maren. De Gemündener, Weinfelder en Schalkenmehrener Maar bij Daun liggen op loopafstand van elkaar en zijn de bekendste. Het Pulvermaar bij Gillenfeld is het diepste mais van Duitsland. Rondom Gerolstein rijzen de Gerolsteiner Dolomieten op als rotsige wanden boven het dal, mede gevormd door een 390 miljoen jaar oud koraalrif. Dit deel is ook de ruggengraat van onze meerdaagse tochten.
Monschau en de Hoge Venen
Wandelen in de Eifel rondom Monschau combineert twee totaal verschillende landschappen. Monschau zelf is een vakwerkstad in het diepe Rurdal, met smalle straten, een imposante ruïne en een compacte, historische sfeer die je nergens anders in de Eifel vindt. Even ten westen, over de Belgisch-Duitse grens, beginnen de Hoge Venen: een uitgestrekt hoogveenplateau met vlonderpaden, een open horizon en een eigenaardige stilte. Wandelen in de Eifel rondom Monschau is het meest toegankelijk in mei, als de narcissenvelden bloeien, en in september, als het hoogveen bruinrood kleurt. Geschikt voor wandelaars die natuur en cultuur in één dag willen combineren.
Het Ahrtal
Het Ahrtal aan de oostkant van de Eifel is rotsiger en wijnrijker dan de rest. Steile wijnhellingen, een smal en diep ingesneden dal en de rood-gekleurde Spätburgunder waarvoor de streek beroemd is geven dit deelgebied een eigen karakter. Eerlijk gezegd: een deel van het dal werd zwaar getroffen door de overstromingen van 2021. Veel paden zijn inmiddels hersteld, maar controleer lokaal welke routes en voorzieningen open zijn voordat je vertrekt. Wie het Ahrtal bezoekt, combineert wandeling, cultuurhistorie en wijnbeleving op een compacte manier.
De Zuid-Eifel richting Trier
Het zuidelijkste deel van de Eifel verrast met zandsteenrotsen en een landschap dat steeds mediterraanser aanvoelt naarmate je Trier nadert. Het Ferschweiler Plateau biedt indrukwekkende rotsformaties en diepe kloven, het zogenaamde Duits-Luxemburgse Zwitserland grenst hier aan het Groothertogdom en geeft de paden een onverwacht wildere uitstraling. De overgang naar de Moezel is het slotstuk van de Eifelsteig en beloont wandelaars met wijngaarden, hangbruggen en vergezichten over het Kylldal.